Zaterdag 25 september 2010 - Amsterdamse Bos

Poloveld

Een poloveld is officieel 200 bij 300 meter. Dit komt overeen met 5 voetbalvelden.

Mallet

De stick waarmee geslagen wordt, bestaat uit een bamboeschacht met een kop van hardhout. Er wordt geslagen met de brede kant van de kop. De lengte, gemeten in inches, van de mallets varieert naar gelang de hoogte van de pony. Standaardmaten zijn 51, 52 en 53 inch.

Bal

De bal is van plastic of hout en altijd wit. De bal is slechts een kleine 9 centimeter in diameter.

Goal

De doelpalen staan 7 meter uit elkaar en vallen om als er tegen aan gereden wordt. Als de bal de lijn tussen de twee doelpalen passeert, onafhankelijk op welke hoogte, is er een goal gemaakt. Er is geen keeper. En voor de verwarring: na ieder gemaakt goal wordt er van speelhelft gewisseld.

Handicap

Net als bij golf worden polospelers ingedeeld naar handicap, opbouwend van -2 naar 10. Dit niveau wordt bepaald door rijvaardigheid, slagtechniek en spelinzicht. Bij wedstrijden wordt een teamhandicap vastgesteld door de individuele handicaps bij elkaar op te tellen. Het team met de laagste handicap krijgt vervolgens een voorsprong uitgedrukt in goals.

Hook

Het is bij polo toegestaan om de slag van de tegenspeler te verhinderen door de mallet in de slag van de tegenstander te houden.

Line of the ball

De belangrijkste spelregel in verband met de veiligheid. De bal beweegt zich langs een fictieve lijn die het voorrangstraject bepaalt voor de speler die de bal geslagen heeft en met zijn pony op dezelfde lijn zit.

Ride-off

Twee spelers mogen tegen elkaar aan rijden om elkaar van de lijn van de bal af te duwen zodat de ander niet kan slaan. Een goede pony gaat in volle vaart enthousiast tegen de tegenstander aan hangen. De speler mag daarbij helpen, echter zonder zijn ellebogen te gebruiken.

Sandwich

Niet alleen als picknick tijdens de wedstrijd, maar verboden op het veld. Het is niet toegestaan de tegenstander met twee team genoten weg te duwen.

Posities

Een team bestaat uit 4 spelers. De nr. 1 is de aanvaller en maakt de goals, daarbij ondersteund door de nr. 2. De nr. 3 is de spelverdeler. De nr. 4 is de verdediger. Ideaal gezien rijden de 4 teamgenoten in een lijn achterelkaar om opeenvolgend de bal mee te nemen wanneer deze gemist wordt.

Treading-in

Paardenvoeten maken een ravage van het veld. Het publiek wordt derhalve gevraagd tussendoor de pollen weer in de grasmat te trappen. Niet voor de show, maar uit praktisch oogpunt. Hoge hakken zijn derhalve geen aanrader.

Meer informatie

Voor meer informatie over de polosport kijk op: www.POLO.nl